'Franz': Agnieszka Holland zoekt Franz Kafka achter de mythe in deze lichtsurrealistische puzzel met ontbrekende stukjes (2025)
In deze biopic mag af en toe gelachen worden, maar het leven van Kafka was toch vooral intriest.
Regie: Agnieszka Holland | Scenario: Marek Epstein en Agnieszka Holland | Cast: Idan Weiss (Franz Kafka), Peter Kurth (Hermann Kafka), Jenovéfa Boková (Milena Jesenská), Ivan Trojan (Siegfried Löwy), Sandra Korzeniak (Julie Kafka), Carol Schuler (Felice Bauer), Sebastian Schwarz (Max Brod), Katarina Strak (Ottla Kafka), Anna Císa?ovská (Valli Kafka) e.a.| Speelduur: 127 minuten | Jaar: 2025
In deze biopic over de Joods-Praagse schrijver Franz Kafka, die tijdens zijn leven weinig erkenning kreeg, vraagt iemand zich af hoe hij met zo'n beperkt oeuvre (drie onvoltooide romans, wel veel korte verhalen en brieven) zo'n enorme impact kon hebben. Een antwoord krijgen we niet en de Poolse cineaste Agnieszka Holland lijkt er ook geen te hebben. Maar ze probeert wel een tip van de sluier op te lichten. Niet dat je na de film Franz veel wijzer wordt over Kafka, maar je krijgt wel een idee van zijn angsten, verlangens en tegenstrijdigheden.
Holland maakt bewust geen klassieke biopic. Ze vertelt Kafka's leven niet chronologisch, maar bouwt een mozaïek waarin vooral twee tijdslagen voortdurend door elkaar lopen: de jeugd van de schrijver en zijn leven als volwassene. Zo ontstaat een soort dialoog tussen de twee. De jeugd wordt vooral bepaald door vader Hermann, een dominante bullebak die zijn kind leert zwemmen door hem haast te verdrinken, het maar niks vindt dat zijn zoon gedurende de nacht schrijft en gefrustreerd raakt omdat Franz geen geschikte vrouw kan vinden. De graatmagere Franz is in alle opzichten zijn tegenpool.
Maar Franz blijkt in de volwassen fragmenten een gevoelig man die pas echt leeft wanneer hij schrijft, stilte vindt of in vervoering raakt door een brief, de hals of een blik van een vrouw. Vooral Kafka's verhouding met Felice Bauer krijgt veel aandacht. Ze lijken voor elkaar geboren, maar een verloving komt er nooit omdat Franz alweer een nieuwe muze heeft gevonden én doodsbang is voor een huwelijk. Er wordt benadrukt dat Kafka, ondanks zijn magere uiterlijk en verlegen inborst, een grote aantrekkingskracht uitoefende op vrouwen.
Aan de historische verhaallijnen koppelt Holland nog een reeks miniverhalen waarin de vierde muur wordt doorbroken. Max Brod, de promotor van Kafka's werk, en andere personages richten zich in Alfie-stijl rechtstreeks tot de toeschouwer. In een van die verhaaltjes leidt een gids in het moderne Praag toeristen naar een Kafka-burgerrestaurant en in een ander fragmentje kijken mensen in een Kafka-museum zelfs rechtsreeks in de schrijfkamer van de schrijver, waardoor die zich - meer dan honderd jaar eerder - plots bekeken voelt en het op zijn heupen krijgt.
Holland presenteert haar lichtsurrealistische filmpuzzel niet zonder humor. De eerder vernoemde Kafka-burger is een geslaagde surrealistische grap. Ook Kafka's bezoek aan een bordeel is geestig wanneer de klanten als voorspel filosofie bespreken. En in een shot staat de schrijver plots voor de Berlijnse muur. Eveneens ludiek is hoe Kafka een schrijfromance beleeft met dames die hij amper gezien heeft. Zo breekt een vrouw per brief met Franz, waarna hij de postbode schoffeert.
Toch laat Franz de indruk van gekapt stro en los zand achter en ergens voel je dat er puzzelstukken mist. Dat zal wel de bedoeling zijn van Holland, die haar film als een zoektocht ziet. Maar de bewust fragmentarische vorm werkt minder efficiënt dan Hollands schitterende, meer klassieke en strak opgebouwde narratieven van de afgelopen vijftien jaar.
Films als In Darkness, Spoor, Mister Jones en Green Border zullen veel meer in het geheugen gegrift blijven. Franz is ambitieuzer in zijn vorm, maar tegelijk minder trefzeker. Misschien had Holland er goed aan gedaan om één cruciaal element uit Kafka's leven uit te diepen in plaats van zijn volledige bestaan te willen omvatten in ruim twee uur.
Franz is hoe dan ook interessant genoeg om te bekijken. In de eerste plaats dankzij hoofdrolspeler Idan Weiss. Hij lijkt opvallend veel op de jonge Kafka en zet hem overtuigend neer. Maar de toeschouwer moet interesse kunnen opbrengen voor de psyche van een man die zweefde wanneer hij woorden op papier zette. Wie evenwel op zoek is naar de Kafkaiaanse nachtmerriewereld, zoals voorgesteld in The Trial van Orson Welles , Brasil van Terry Gilliam en Kafka van Steven Soderbergh, zal hier weinig van die beklemmende Kafka terugvinden. Behalve dan in de kantoren van de verzekeringsfirma waar hij werkte.
In deze biopic over de Joods-Praagse schrijver Franz Kafka, die tijdens zijn leven weinig erkenning kreeg, vraagt iemand zich af hoe hij met zo'n beperkt oeuvre (drie onvoltooide romans, wel veel korte verhalen en brieven) zo'n enorme impact kon hebben. Een antwoord krijgen we niet en de Poolse cineaste Agnieszka Holland lijkt er ook geen te hebben. Maar ze probeert wel een tip van de sluier op te lichten. Niet dat je na de film Franz veel wijzer wordt over Kafka, maar je krijgt wel een idee van zijn angsten, verlangens en tegenstrijdigheden.
Holland maakt bewust geen klassieke biopic. Ze vertelt Kafka's leven niet chronologisch, maar bouwt een mozaïek waarin vooral twee tijdslagen voortdurend door elkaar lopen: de jeugd van de schrijver en zijn leven als volwassene. Zo ontstaat een soort dialoog tussen de twee. De jeugd wordt vooral bepaald door vader Hermann, een dominante bullebak die zijn kind leert zwemmen door hem haast te verdrinken, het maar niks vindt dat zijn zoon gedurende de nacht schrijft en gefrustreerd raakt omdat Franz geen geschikte vrouw kan vinden. De graatmagere Franz is in alle opzichten zijn tegenpool.
Maar Franz blijkt in de volwassen fragmenten een gevoelig man die pas echt leeft wanneer hij schrijft, stilte vindt of in vervoering raakt door een brief, de hals of een blik van een vrouw. Vooral Kafka's verhouding met Felice Bauer krijgt veel aandacht. Ze lijken voor elkaar geboren, maar een verloving komt er nooit omdat Franz alweer een nieuwe muze heeft gevonden én doodsbang is voor een huwelijk. Er wordt benadrukt dat Kafka, ondanks zijn magere uiterlijk en verlegen inborst, een grote aantrekkingskracht uitoefende op vrouwen.
Aan de historische verhaallijnen koppelt Holland nog een reeks miniverhalen waarin de vierde muur wordt doorbroken. Max Brod, de promotor van Kafka's werk, en andere personages richten zich in Alfie-stijl rechtstreeks tot de toeschouwer. In een van die verhaaltjes leidt een gids in het moderne Praag toeristen naar een Kafka-burgerrestaurant en in een ander fragmentje kijken mensen in een Kafka-museum zelfs rechtsreeks in de schrijfkamer van de schrijver, waardoor die zich - meer dan honderd jaar eerder - plots bekeken voelt en het op zijn heupen krijgt.
Holland presenteert haar lichtsurrealistische filmpuzzel niet zonder humor. De eerder vernoemde Kafka-burger is een geslaagde surrealistische grap. Ook Kafka's bezoek aan een bordeel is geestig wanneer de klanten als voorspel filosofie bespreken. En in een shot staat de schrijver plots voor de Berlijnse muur. Eveneens ludiek is hoe Kafka een schrijfromance beleeft met dames die hij amper gezien heeft. Zo breekt een vrouw per brief met Franz, waarna hij de postbode schoffeert.
Toch laat Franz de indruk van gekapt stro en los zand achter en ergens voel je dat er puzzelstukken mist. Dat zal wel de bedoeling zijn van Holland, die haar film als een zoektocht ziet. Maar de bewust fragmentarische vorm werkt minder efficiënt dan Hollands schitterende, meer klassieke en strak opgebouwde narratieven van de afgelopen vijftien jaar.
Films als In Darkness, Spoor, Mister Jones en Green Border zullen veel meer in het geheugen gegrift blijven. Franz is ambitieuzer in zijn vorm, maar tegelijk minder trefzeker. Misschien had Holland er goed aan gedaan om één cruciaal element uit Kafka's leven uit te diepen in plaats van zijn volledige bestaan te willen omvatten in ruim twee uur.
Franz is hoe dan ook interessant genoeg om te bekijken. In de eerste plaats dankzij hoofdrolspeler Idan Weiss. Hij lijkt opvallend veel op de jonge Kafka en zet hem overtuigend neer. Maar de toeschouwer moet interesse kunnen opbrengen voor de psyche van een man die zweefde wanneer hij woorden op papier zette. Wie evenwel op zoek is naar de Kafkaiaanse nachtmerriewereld, zoals voorgesteld in The Trial van Orson Welles , Brasil van Terry Gilliam en Kafka van Steven Soderbergh, zal hier weinig van die beklemmende Kafka terugvinden. Behalve dan in de kantoren van de verzekeringsfirma waar hij werkte.