'Crawlers': deze horrorkomedie maakt niemand bang, hooguit een enkeling aan het lachen (2026)
Een camera, twee beschermingspakken en een pc om CGI-spinnetjes in beeld te plakken: veel meer is voor deze film niet nodig.
Regie: Ángel Gómez Hernández | Scenario: Jayson Rothwell | Cast: Matilda Lutz (Serena), Andrea Scott (Molly), Isabella Egizi (Bernice), Gary Anthony Stennette (Dr. Woodward), Gregg Sulkin (Bradley), e.a. | Speelduur: 78 minuten | Jaar: 2026
In Santa Monica moet elk appartementencomplex met twintig eenheden een inwonende beheerder hebben. In het verlepte gebouw in Crawlers is dat Serena. De huisjesmelker laat elke dag post-its voor haar achter waar in korte, maar krachtige bewoordingen op staat wat er moet gebeuren, "fix this", "this stinks", "swap this", et cetera. Wanneer Serena opmerkt dat het repareren van een airconditioner buiten haar vaardigheden valt, krijgt ze het advies: "Just YouTube it!" Binnenkort heeft ze echter grotere problemen, want een van de huurders heeft uit een exotisch oord een nestje gevaarlijke achtpoters meegenomen. In zijn lichaam...
Wanneer de spinnenprofessor dood en ontbindend wordt gevonden, slaat de paniek toe in het complex. "It's that coronabullshit again!" jammert iemand, maar al snel zijn de bewoners erachter dat het niet om een virus gaat, maar om "poisonous, aggressive, man eating spiders" zoals de protagonist ze plastisch omschrijft. De beesten zijn echter niet zo enorm als in de film Tarantula (1955), die Serena heel toevallig aan het kijken is op de avond dat de hel losbreekt, maar het zijn kleine tot middelgrote kruipertjes die overal... inkruipen.
Een goed half uur lang zien we Serena en de andere flatbewoners steeds nét niet gebeten worden door een van de spinnetjes die zich in van alles verstoppen, zoals een kommetje, een pantoffel of een zak chips. Wie wordt het eerste slachtoffer? Dit deel van deze horrorkomedie duurt veel te lang, want het is natuurlijk nooit écht spannend of griezelig. Daarvoor zijn de personages te oninteressant, de sfeer te melig en de spinnen te CGI.
Wanneer de spinnen vervolgens voluit in de aanval gaan, trekt de Spaanse regisseur Ángel Gómez Hernández elk narratief en cinematografisch cliché uit de kast. Er is isolatie, spinnenperspectief, een aftelklok, paranoia, een baby die gered moet worden en ga zo maar door. Niets is origineel en vrijwel niets is goed uitgevoerd. De bron van grappen, die in de eerste tien minuten van de film nog wel aardig waren, lijkt ook al snel opgedroogd. Crawlers ziet er af en toe nog wel aardig uit, maar daar is ook alles mee gezegd.
De grootste boosdoeners zijn het ridicule plot en de vreselijke dialogen. Alles wat in beeld gebeurt, wordt ook nog eens letterlijk benoemd: "Is that a termite tent?" "Oh, my God, there's one in her hair", "We have to extract you" en al dat soort onnodig en stompzinnig commentaar op de situatie. Het schijnt bij modern filmmaken te horen, want zo weten de mensen die op hun telefoon kijken ook wat er gebeurt, maar wennen doet het nooit.
Iedereen met een camera, twee beschermingspakken en een pc voor wat CGI-spinnetjes had Hernández naar de loef kunnen steken. Zijn film is een volledig overbodige en amateuristische toevoeging aan het spinnenhorrorgenre. De man in het rood-blauwe pak, die momenteel ook in de bioscoop rondslingert, is een beter alternatief.
In Santa Monica moet elk appartementencomplex met twintig eenheden een inwonende beheerder hebben. In het verlepte gebouw in Crawlers is dat Serena. De huisjesmelker laat elke dag post-its voor haar achter waar in korte, maar krachtige bewoordingen op staat wat er moet gebeuren, "fix this", "this stinks", "swap this", et cetera. Wanneer Serena opmerkt dat het repareren van een airconditioner buiten haar vaardigheden valt, krijgt ze het advies: "Just YouTube it!" Binnenkort heeft ze echter grotere problemen, want een van de huurders heeft uit een exotisch oord een nestje gevaarlijke achtpoters meegenomen. In zijn lichaam...
Wanneer de spinnenprofessor dood en ontbindend wordt gevonden, slaat de paniek toe in het complex. "It's that coronabullshit again!" jammert iemand, maar al snel zijn de bewoners erachter dat het niet om een virus gaat, maar om "poisonous, aggressive, man eating spiders" zoals de protagonist ze plastisch omschrijft. De beesten zijn echter niet zo enorm als in de film Tarantula (1955), die Serena heel toevallig aan het kijken is op de avond dat de hel losbreekt, maar het zijn kleine tot middelgrote kruipertjes die overal... inkruipen.
Een goed half uur lang zien we Serena en de andere flatbewoners steeds nét niet gebeten worden door een van de spinnetjes die zich in van alles verstoppen, zoals een kommetje, een pantoffel of een zak chips. Wie wordt het eerste slachtoffer? Dit deel van deze horrorkomedie duurt veel te lang, want het is natuurlijk nooit écht spannend of griezelig. Daarvoor zijn de personages te oninteressant, de sfeer te melig en de spinnen te CGI.
Wanneer de spinnen vervolgens voluit in de aanval gaan, trekt de Spaanse regisseur Ángel Gómez Hernández elk narratief en cinematografisch cliché uit de kast. Er is isolatie, spinnenperspectief, een aftelklok, paranoia, een baby die gered moet worden en ga zo maar door. Niets is origineel en vrijwel niets is goed uitgevoerd. De bron van grappen, die in de eerste tien minuten van de film nog wel aardig waren, lijkt ook al snel opgedroogd. Crawlers ziet er af en toe nog wel aardig uit, maar daar is ook alles mee gezegd.
De grootste boosdoeners zijn het ridicule plot en de vreselijke dialogen. Alles wat in beeld gebeurt, wordt ook nog eens letterlijk benoemd: "Is that a termite tent?" "Oh, my God, there's one in her hair", "We have to extract you" en al dat soort onnodig en stompzinnig commentaar op de situatie. Het schijnt bij modern filmmaken te horen, want zo weten de mensen die op hun telefoon kijken ook wat er gebeurt, maar wennen doet het nooit.
Iedereen met een camera, twee beschermingspakken en een pc voor wat CGI-spinnetjes had Hernández naar de loef kunnen steken. Zijn film is een volledig overbodige en amateuristische toevoeging aan het spinnenhorrorgenre. De man in het rood-blauwe pak, die momenteel ook in de bioscoop rondslingert, is een beter alternatief.