'De Gaulle: Liberté': deel twee van prestigieus tweeluik verruilt oorlogsactie voor politieke intriges (2026)
De botsingen met Roosevelt zijn historisch interessant, maar het gekonkel gaat ten koste van de spanning.
Regie: Antonin Baudry | Scenario: Antonin Baudry, Bérénice Vila | Cast: Simon Abkarian (Charles de Gaulle), Simon Russell Beale (Winston Churchill), Thierry Lhermitte (Henri Giraud), Benoît Magimel (Pierre Koenig), Campbell Scott (Franklin D. Roosevelt), Niels Schneider (général Philippe Leclerc de Hauteclocque), Anamaria Vartelomei (Livia), Karim Leclou (Blazej), Félix Kyzyl (Jean Moulin), e.a. | Speelduur: 159 minuten | Jaar: 2026
De Gaulle: Liberté is het tweede deel van het vierenzeventig miljoen euro kostende epos over de oorlogsjaren van de Franse generaal en latere president Charles de Gaulle. Het blijft onderhoudende, klassieke cinema voor een breed publiek, maar mist dat extraatje dat De Gaulle: Résistance zo meeslepend maakte. De verrassingen zijn schaarser en de grootste conflicten spelen zich ditmaal vooral af in vergaderzalen en politieke salons.
Het tweede deel bestrijkt de periode van januari 1943 tot de bevrijding van Parijs in augustus 1944. De film begint wanneer Winston Churchill De Gaulle uitnodigt voor de Conferentie van Casablanca, de zevende bijeenkomst van de geallieerden. Daar wacht hem een onaangename verrassing: de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt schuift generaal Giraud naar voren als leider van de Fransen. Giraud staat meer open voor samenwerking met figuren uit het Vichy-regime, terwijl De Gaulle iedere vorm van compromis met collaborateurs afwijst. Tegelijk heeft Roosevelt zijn eigen ideeën over de politieke toekomst van Frankrijk.
Intussen krijgt verzetsleider Jean Moulin, bekend onder de codenaam Rex, van de Gaulle de opdracht de verschillende verzetsgroepen te verenigen. Die missie verloopt aanvankelijk succesvol, maar Moulin komt steeds nadrukkelijker in het vizier van Klaus Barbie, de sadistische Gestapo-chef van Lyon. Ondertussen leidt generaal Leclerc in Libië zijn troepen in de strijd tegen de Duitse pantservoertuigen. De Fransen staan er slecht voor, want de vijand heeft een numeriek overwicht.
Er zijn dus drie verhaallijnen: het conflict tussen De Gaulle en Roosevelt/Giraud, het Franse verzet onder Jean Moulin en de inspanningen van Leclerc in Afrika. Die laatste moet vooral voor het nodige spektakel en actie zorgen en vormt min of meer de tegenhanger van kolonel Koenigs ontsnapping na de slag bij Bir Hakeim in het eerste deel. Toch zijn de scènes met Leclerc minder meeslepend. Waar Koenigs verhaal in De Gaulle: Résistance uitgroeide tot een van de hoogtepunten van de film, voelt de Afrikaanse campagne hier meer aan als een onderbreking van de politieke gesprekken.
Het centrale conflict van De Gaulle: Liberté is uiteindelijk de machtsstrijd tussen De Gaulle en Roosevelt, met Churchill als onmisbare bemiddelaar. Dat levert interessante dialogen en een fascinerende blik op de spanningen binnen het geallieerde kamp op, maar het betekent ook dat de film een groot deel van zijn speeltijd in vergaderzalen doorbrengt. Voor wie vooral komt voor een meeslepende oorlogsfilm, kan dat een probleem zijn. Regisseur Antonin Baudry kiest duidelijk voor politieke confrontaties boven actie en spanning.
Tegelijk verdient de regisseur krediet voor zijn weinig flatterende portret van Roosevelt. In films wordt de Amerikaanse president vaak voorgesteld als een charismatische en gematigde staatsman, maar hier krijgt hij nadrukkelijk de rol van antagonist. Baudry toont hoe Roosevelt De Gaulle wantrouwde en een heel andere visie had op de toekomst van Frankrijk en Europa.
Baudry gaat in zijn dramatisering van Roosevelts ideeën over de naoorlogse hertekening van Europa echter te ver. Roosevelt wilde - volgens de film althans - Frankrijk splitsen in een kleiner gebied en een bufferstaat, New Wallonia. Voor zover historici hebben kunnen vaststellen, is dat nooit uitgewerkt tot een officieel plan. Roosevelt had het idee wel meerdere keren geopperd, onder anderen tegenover de Britse ministers Oliver Lyttelton en Anthony Eden, maar het bleef bij een gedachte-experiment. Baudry presenteert dat losse historische gegeven als een veel steviger feit dan de bronnen rechtvaardigen.
Een biopic hoeft geen droge geschiedenisles te zijn. Dramatisering en fictieve invulling horen nu eenmaal bij het genre. Maar wanneer een film historische ideeën zo nadrukkelijk als vaststaande feiten presenteert, moet daar wel een voldoende stevig fundament onder liggen. Op dat vlak neemt De Gaulle: Liberté soms te veel vrijheid. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van een film die verder juist zoveel belang hecht aan historische authenticiteit.
Wie de eerste film waardeerde, zal zich zeker vermaken. Het is echter beter om de verwachtingen niet al te hoog te stellen. Dit tweede deel is duidelijk minder sterk dan zijn voorganger. De actie is minder indrukwekkend, de structuur minder verrassend en sommige historische keuzes voelen geforceerd aan.
De Gaulle: Liberté is het tweede deel van het vierenzeventig miljoen euro kostende epos over de oorlogsjaren van de Franse generaal en latere president Charles de Gaulle. Het blijft onderhoudende, klassieke cinema voor een breed publiek, maar mist dat extraatje dat De Gaulle: Résistance zo meeslepend maakte. De verrassingen zijn schaarser en de grootste conflicten spelen zich ditmaal vooral af in vergaderzalen en politieke salons.
Het tweede deel bestrijkt de periode van januari 1943 tot de bevrijding van Parijs in augustus 1944. De film begint wanneer Winston Churchill De Gaulle uitnodigt voor de Conferentie van Casablanca, de zevende bijeenkomst van de geallieerden. Daar wacht hem een onaangename verrassing: de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt schuift generaal Giraud naar voren als leider van de Fransen. Giraud staat meer open voor samenwerking met figuren uit het Vichy-regime, terwijl De Gaulle iedere vorm van compromis met collaborateurs afwijst. Tegelijk heeft Roosevelt zijn eigen ideeën over de politieke toekomst van Frankrijk.
Intussen krijgt verzetsleider Jean Moulin, bekend onder de codenaam Rex, van de Gaulle de opdracht de verschillende verzetsgroepen te verenigen. Die missie verloopt aanvankelijk succesvol, maar Moulin komt steeds nadrukkelijker in het vizier van Klaus Barbie, de sadistische Gestapo-chef van Lyon. Ondertussen leidt generaal Leclerc in Libië zijn troepen in de strijd tegen de Duitse pantservoertuigen. De Fransen staan er slecht voor, want de vijand heeft een numeriek overwicht.
Er zijn dus drie verhaallijnen: het conflict tussen De Gaulle en Roosevelt/Giraud, het Franse verzet onder Jean Moulin en de inspanningen van Leclerc in Afrika. Die laatste moet vooral voor het nodige spektakel en actie zorgen en vormt min of meer de tegenhanger van kolonel Koenigs ontsnapping na de slag bij Bir Hakeim in het eerste deel. Toch zijn de scènes met Leclerc minder meeslepend. Waar Koenigs verhaal in De Gaulle: Résistance uitgroeide tot een van de hoogtepunten van de film, voelt de Afrikaanse campagne hier meer aan als een onderbreking van de politieke gesprekken.
Het centrale conflict van De Gaulle: Liberté is uiteindelijk de machtsstrijd tussen De Gaulle en Roosevelt, met Churchill als onmisbare bemiddelaar. Dat levert interessante dialogen en een fascinerende blik op de spanningen binnen het geallieerde kamp op, maar het betekent ook dat de film een groot deel van zijn speeltijd in vergaderzalen doorbrengt. Voor wie vooral komt voor een meeslepende oorlogsfilm, kan dat een probleem zijn. Regisseur Antonin Baudry kiest duidelijk voor politieke confrontaties boven actie en spanning.
Tegelijk verdient de regisseur krediet voor zijn weinig flatterende portret van Roosevelt. In films wordt de Amerikaanse president vaak voorgesteld als een charismatische en gematigde staatsman, maar hier krijgt hij nadrukkelijk de rol van antagonist. Baudry toont hoe Roosevelt De Gaulle wantrouwde en een heel andere visie had op de toekomst van Frankrijk en Europa.
Baudry gaat in zijn dramatisering van Roosevelts ideeën over de naoorlogse hertekening van Europa echter te ver. Roosevelt wilde - volgens de film althans - Frankrijk splitsen in een kleiner gebied en een bufferstaat, New Wallonia. Voor zover historici hebben kunnen vaststellen, is dat nooit uitgewerkt tot een officieel plan. Roosevelt had het idee wel meerdere keren geopperd, onder anderen tegenover de Britse ministers Oliver Lyttelton en Anthony Eden, maar het bleef bij een gedachte-experiment. Baudry presenteert dat losse historische gegeven als een veel steviger feit dan de bronnen rechtvaardigen.
Een biopic hoeft geen droge geschiedenisles te zijn. Dramatisering en fictieve invulling horen nu eenmaal bij het genre. Maar wanneer een film historische ideeën zo nadrukkelijk als vaststaande feiten presenteert, moet daar wel een voldoende stevig fundament onder liggen. Op dat vlak neemt De Gaulle: Liberté soms te veel vrijheid. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van een film die verder juist zoveel belang hecht aan historische authenticiteit.
Wie de eerste film waardeerde, zal zich zeker vermaken. Het is echter beter om de verwachtingen niet al te hoog te stellen. Dit tweede deel is duidelijk minder sterk dan zijn voorganger. De actie is minder indrukwekkend, de structuur minder verrassend en sommige historische keuzes voelen geforceerd aan.