'Het Feest van Tante Rita 2 - De Chocobom': zowaar een hele vooruitgang
Recensie

'Het Feest van Tante Rita 2 - De Chocobom': zowaar een hele vooruitgang (2024)

Gooit alles overboord wat niet werkte aan zijn voorganger. Behalve de titelfiguur.

in Recensies
Leestijd: 3 min 52 sec
Update:
Regie: Dennis Bots | Scenario: Maarten van den Broek, Sander de Regt | Cast: Esther Mbire (Lulu Dubbel), Edsilia Rombley (Chanelle Dubbel), Pim Muda (Jan Dubbel), Duco Bunschoten (Max), Marjolijn Touw (Ria Bakzeil), e.a. | Speelduur: 84 minuten | Jaar: 2024

Dat de anderhalf jaar geleden verschenen kinderfilm Het Feest van Tante Rita opgenomen was in vakantiepark Beerze Bulten was moeilijk te missen. Om jeugdige kijkers te enthousiasmeren voor een verblijf daar mocht hoofdpersoon Lulu zelfs eventjes blij verkondigen dat het park beschikte over een bowlingbaan, een klimbos en een waterglijbaan. Snel reserveren, ouders! In het vervolg gaat Lulu hier zowaar aan het werk, waardoor ze vaak een shirt draagt met de naam van het vakantiepark, inclusief een vijftal sterren. Je zou bijna cynisch worden van dit soort schaamteloze promotie...

Bijna. Want na zijn tenenkrommende voorganger is Het Feest van Tante Rita 2 - De Chocobom eigenlijk een verrassend degelijke kinderfilm. Met dezelfde regisseur en grotendeels dezelfde cast zal het verschil in kwaliteit wel iets te maken hebben met de nieuwe schrijvers. Dat zou zeker verklaren waarom in dit vervolg het plot en de dialogen een stuk beter zijn dan de vorige keer.

Want waar die film vooral gevuld was met een saaie tocht naar een danswedstrijd waarvan we uiteindelijk bizar weinig te zien kregen, draait het plot van het vervolg geheel om een chocoladewedstrijd. Als insteek gelijk al gelijk een stuk passender, aangezien Lulu's ouders nu eenmaal een chocolaterie hebben. En in plaats van weer de tijd te vullen met allerlei kluchtig gedoe hebben ditmaal de meeste scènes en vrijwel alle personages wel iets met die wedstrijd te maken. Het is allemaal geen hogere vertelkunst, maar na het amateurisme van de vorige keer is een efficiënt plot al een flinke opsteker.

Oké, af en toe wordt er nog wel wat gezongen, want uiteindelijk bestaan deze films toch vooral om de muzikale output van Minidisco te pluggen (of andersom; kinderen naar de bioscoop lokken met de liedjes die ze toch al graag luidkeels meezingen), maar diverse daarvan zijn enigszins relevant voor het plot. Een muzikale ode aan de banaan is op zichzelf aanstekelijk genoeg, maar past ook in de zoektocht van Lulu's vader naar interessante smaakcombinaties. En een optimistisch liedje met de tekst "geef nooit op" krijgt op het dieptepunt van het verhaal zelfs een reprise met "ik geef het op".

Ook niet onprettig is dat die liedjes ditmaal wat meer zijn opgezet als echte musicalnummers, met een mooie hoeveelheid meezingende en meedansende figuranten. De openingsscène doet nog even het ergste vrezen wanneer zo'n muzikale setpiece in één shot wordt gefilmd, waardoor hoofdrolspeelster Esther Mbire nauwelijks zingend te zien is (je ziet meer van haar rug dan van haar mond), maar alles daarna is technisch prima verzorgd. En de grootste opluchting: het drietal dat de vorige keer bij elk liedje vanuit het niets opdook om vrolijk mee te zingen (de zogenaamde 'Matties') is in geen velden of wegen te bekennen.

De Chocobom is sowieso enorm gebaat bij alle geloosde ballast. Lulu's (platonische) vriendje Theo is er bijvoorbeeld niet meer bij (prima, missen we niets aan), Najib Amhali zien we niet terug als genoeg blinde buschauffeur (gelukkig maar) en zelfs Lulu's vader houdt ditmaal zijn tergend flauwe moppen voor zich. Zo simpel is het blijkbaar: verwijder gewoon alles wat niet werkt en focus op de dingen die het behouden waard zijn. De verwaande VWO komt bijvoorbeeld wel terug, maar pas wanneer het plot daarom vraagt. En dankzij een paar sympathieke trekjes valt hij nu gelijk een stuk beter te verdragen.

Des te spijtiger dat de titelfiguur wel te pas en te onpas opduikt, als een soort Antilliaanse toverfee die iedereen aan het dansen krijgt. Het liedje waar de vorige film mee eindigde wordt er zelfs al behoorlijk vroeg ingegooid, voor een scène die totaal niets met het centrale plot te maken heeft. Vermoedelijk is die tante Rita er alleen vanwege de titel (die uit naamsbekendheid mogelijk behouden moet blijven, ook al geeft ze ditmaal geen feest), maar het voelt wel alsof daarmee de film ineens wordt binnengedrongen door zijn voorganger.

Dergelijke momenten maken duidelijk dat we natuurlijk ook weer niet met enorm hoogwaardig kinderentertainment te maken hebben. We zitten immers nog steeds op hetzelfde vakantiepark, waar de mascotte op de achtergrond net te goed zichtbaar meedanst op de wel erg makkelijk meezingbare liedjes. Maar toch, ten opzichte van zijn voorganger is dit deel een hele vooruitgang. Zelfs de stuntcasting van Rob Kemps, Mr. Snollebollekes himself, pakt goed uit. Die blijkt namelijk prima geschikt als theatrale, immer breed glimlachende Willy Wonka-achtige figuur. Met een subtiele knipoog naar zijn bekendste hit lijkt zelfs aan de verplicht meekijkende ouders te zijn gedacht.