'Ice Cream Man': bloederige bodyhorrorshow is voer voor anatomen en zieke zielen (2026)
Eli Roth doet niet aan nuance en verandert schoolkinderen in ijskoude moordmachines.
Regie: Eli Roth | Scenario: Noah Belson en Eli Roth | Cast: Charlie Zeltzer (Jared), Charlie Storey (Piper), Sarah Abbott (Lizzie), Ari Millen (Ice Cream Man), Eli Roth (Marty), Karen Cliche (Alison), e.a. | Speelduur: 86 minuten | Jaar: 2026
Op goede, fijnzinnige smaak is Eli Roth zelden te betrappen, maar van dit gebrek heeft de filmmaker zijn handelsmerk gemaakt. Met Cabin Fever en Hostel zette de Amerikaan een aantal geslaagde moderne horrorklassiekers neer. In zijn debuut toonde hij zich meteen een meester in het subgenre bodyhorror, met een wel erg grafische scène waarin een vrouw in bad haar benen scheert. Roths nieuwste, Ice Cream Man, is enkel voer voor anatomen en zieke zielen.
In zijn tiende speelfilm blijft geen lichaam van een slachtoffer intact. Roth waarschuwde al dat hij gorigheid en bodyhorror tot kunst ging verheffen. Het idee voor deze film zat dan ook al twintig jaar in zijn hoofd. Juist wat te ziek is om je voor te stellen, is voor Roth interessante materie. Tamelijk bizar, en ook riskant, wordt het wanneer de filmmaker kinderen inzet als meedogenloze moordmachines die als een stel zombies met zichtbaar plezier lichamen uiteenrijten en inzetten voor hun lugubere spelletjes. Het is te hopen dat er goede kinderpsychologen op de set aanwezig waren.
En dat allemaal door toedoen van de titelfiguur, een naamloze ijsverkoper die zonder enige vorm van introductie een typisch Amerikaans stadje naar zijn hand zet. Pas op twee derde van de film komen we iets te weten over de achtergrond van deze satanische middenstander. Duidelijk is dat elk kind dat smikkelt van de koude versnaperingen die de ijsjesman aanbiedt, verandert in een hersenloze sadist. Iedereen die de kinderen op hun pad vinden, moet het met een pijnlijke dood bekopen.
Slechts een paar tieners weten te ontsnappen aan het lot van de ijsverkoper en zijn dubieuze waar. Hoofdpersoon Jared is lactose-intolerant bijvoorbeeld, leeftijdsgenoot Piper kotst het ijsje uit en de verveelde tiener Lizzie is totaal niet geïnteresseerd in een verfrissende snack. Deze kinderen besluiten de handen ineen te slaan om het bloedbad in de snikhete zomer een halt toe te roepen.
Roth speelt voortdurend met typisch Amerikaanse clichés zoals het naamloze ingedutte provinciestadje, de highschool met bijbehorende pikordes en volwassenen die meer met zichzelf bezig zijn dan met hun kroost. Als er even niet gemoord wordt - en die momenten zijn schaars - valt naast het helderrode bloed het felle primaire kleurengebruik van de omgeving op. Hoe zonnig de weersomstandigheden ook zijn, Ice Cream Man is een aanhoudende geweldsorgie die een nieuwe definitie aan het begrip zinloosheid geeft.
Omdat Roth geen maat weet te houden, geen tijd investeert in enige vorm van aanloop of opbouw en de moordende kinderen geen enkel motief geeft, is de lol er al snel af. Spannend worden de slachtpartijen nooit, creatief slechts incidenteel. Net zoals bij de onuitputtelijke Saw-reeks zit de verrassing er enkel nog in hoe een personage aan zijn of haar einde komt. Dat maakt Ice Cream Man tot een uitputtingsslag waaraan maar geen einde lijkt te komen. Als de slotakte zich aandient, is de zin om je te verdiepen in het kleine beetje achtergrondinformatie compleet vergaan.
Liefhebbers van viezigheid, rondslingerende lichaamsdelen en andere bloederige taferelen kunnen hun lol op. Roth toont geen enkele pretentie of diepgang, maar zelfs met die gedachte kan een horrorfilm als deze uitlopen op een brij van aaneengeregen afslachtmomenten waarbij gaandeweg steeds minder te lachen valt. De enige verdienste is dat je na afloop weinig zin hebt in een verkoelend ijsje.
Op goede, fijnzinnige smaak is Eli Roth zelden te betrappen, maar van dit gebrek heeft de filmmaker zijn handelsmerk gemaakt. Met Cabin Fever en Hostel zette de Amerikaan een aantal geslaagde moderne horrorklassiekers neer. In zijn debuut toonde hij zich meteen een meester in het subgenre bodyhorror, met een wel erg grafische scène waarin een vrouw in bad haar benen scheert. Roths nieuwste, Ice Cream Man, is enkel voer voor anatomen en zieke zielen.
In zijn tiende speelfilm blijft geen lichaam van een slachtoffer intact. Roth waarschuwde al dat hij gorigheid en bodyhorror tot kunst ging verheffen. Het idee voor deze film zat dan ook al twintig jaar in zijn hoofd. Juist wat te ziek is om je voor te stellen, is voor Roth interessante materie. Tamelijk bizar, en ook riskant, wordt het wanneer de filmmaker kinderen inzet als meedogenloze moordmachines die als een stel zombies met zichtbaar plezier lichamen uiteenrijten en inzetten voor hun lugubere spelletjes. Het is te hopen dat er goede kinderpsychologen op de set aanwezig waren.
En dat allemaal door toedoen van de titelfiguur, een naamloze ijsverkoper die zonder enige vorm van introductie een typisch Amerikaans stadje naar zijn hand zet. Pas op twee derde van de film komen we iets te weten over de achtergrond van deze satanische middenstander. Duidelijk is dat elk kind dat smikkelt van de koude versnaperingen die de ijsjesman aanbiedt, verandert in een hersenloze sadist. Iedereen die de kinderen op hun pad vinden, moet het met een pijnlijke dood bekopen.
Slechts een paar tieners weten te ontsnappen aan het lot van de ijsverkoper en zijn dubieuze waar. Hoofdpersoon Jared is lactose-intolerant bijvoorbeeld, leeftijdsgenoot Piper kotst het ijsje uit en de verveelde tiener Lizzie is totaal niet geïnteresseerd in een verfrissende snack. Deze kinderen besluiten de handen ineen te slaan om het bloedbad in de snikhete zomer een halt toe te roepen.
Roth speelt voortdurend met typisch Amerikaanse clichés zoals het naamloze ingedutte provinciestadje, de highschool met bijbehorende pikordes en volwassenen die meer met zichzelf bezig zijn dan met hun kroost. Als er even niet gemoord wordt - en die momenten zijn schaars - valt naast het helderrode bloed het felle primaire kleurengebruik van de omgeving op. Hoe zonnig de weersomstandigheden ook zijn, Ice Cream Man is een aanhoudende geweldsorgie die een nieuwe definitie aan het begrip zinloosheid geeft.
Omdat Roth geen maat weet te houden, geen tijd investeert in enige vorm van aanloop of opbouw en de moordende kinderen geen enkel motief geeft, is de lol er al snel af. Spannend worden de slachtpartijen nooit, creatief slechts incidenteel. Net zoals bij de onuitputtelijke Saw-reeks zit de verrassing er enkel nog in hoe een personage aan zijn of haar einde komt. Dat maakt Ice Cream Man tot een uitputtingsslag waaraan maar geen einde lijkt te komen. Als de slotakte zich aandient, is de zin om je te verdiepen in het kleine beetje achtergrondinformatie compleet vergaan.
Liefhebbers van viezigheid, rondslingerende lichaamsdelen en andere bloederige taferelen kunnen hun lol op. Roth toont geen enkele pretentie of diepgang, maar zelfs met die gedachte kan een horrorfilm als deze uitlopen op een brij van aaneengeregen afslachtmomenten waarbij gaandeweg steeds minder te lachen valt. De enige verdienste is dat je na afloop weinig zin hebt in een verkoelend ijsje.