Venetië 2026: Narigheid op primetime, het lot van arbeiders en het einde van de wereld
FilmTotaal doet uitgebreid verslag van de 83ste editie van het filmfestival van Venetië.
Robert Pattinson jaagde op seksuele roofdieren, George Clooney kreeg een jaar na Jay Kelly een échte oeuvreprijs en John Malkovich trok naar Paaseiland in afwachting van een staatsgreep. Hang de drieëntachtigste editie van de Biennale op aan een handvol Hollywoodsterren en het hoeft nog niet eens te gaan over de winnaars van de voornaamste filmprijzen. Die werden namelijk in ontvangst genomen door makers uit Denemarken, Zuid-Korea en Israël, waarbij de enige vrouwelijke soloregisseur in competitie de Gouden Leeuw mocht hooghouden. Heel even leek het erop dat de jury het grootste statement van het festival voor de slotavond had bewaard.
De bubbels die gecreëerd worden door filmfestivals blijven een wonderlijk verschijnsel. Aan de ene kant kunnen liefhebbers hier ontsnappen aan de waan van alledag, aan de andere kant zijn dit juist de plekken waar makers hun verhaal doen over nood en onrecht. Zo beladen als de vorige editie van de Biennale (toen vooral The Voice of Hind Rajab de gemoederen bezighield) voelde deze elfdaagse niet, hoewel er met NAZA opnieuw een indringende film over het Israëlische optreden in Gaza in première ging.
Nevenschade
In de nachtelijke anonimiteit van Tel Aviv vertellen klokkenluiders uit het Israëlische staatsapparaat over de doelmatigheid waarmee de luchtmacht sinds 7 oktober 2023 bombardementen uitvoert in Gaza. De filmtitel slaat op de terminologie die Israël hanteert om 'nevenschade' bij aanslagen op Hamas-leiders in kaart te brengen.
Terwijl de anonieme sprekers op ontstellend directe wijze een boekje opendoen over hun betrokkenheid, schakelen regisseurs Yuval Abraham en Rachel Szor (die eerder aan de Oscarwinnaar No Other Land werkten) geregeld naar onheilspellende opnames van flats die vanaf de daken zichtbaar zijn. Ook hier in Tel Aviv kan er elk moment een luchtalarm klinken. Enkele dagen na de première, die een staande ovatie van vijfentwintig minuten opleverde, dreigde de Israëlische minister van Cultuur de regisseurs hun staatsburgerschap af te nemen.
Als we de co-regie van Szor bij NAZA meerekenen, dan werden van de eenentwintig films die deze editie in hoofdcompetitie draaiden slechts twee titels geregisseerd door een vrouw. Het debat over dit gebrek aan balans (al begint het probleem bij ongelijke productiekansen, niet bij de eliteselecties van filmfestivals) werd in de loop van de premièreweek alleen in de marge gevoerd, maar kreeg op de slotavond ineens volop momentum.
Een (on)bekende vrouw
Maakte juryvoorzitter Maggie Gyllenhaal (die buiten competitie ook een kortfilm over Marilyn Monroe presenteerde) een bewust statement door uitgerekend het feministisch georiënteerde oorlogsdrama Woman Unknown van de Deense maakster May el-Toukhy (Queen of Hearts) met de Gouden Leeuw te bekronen? Gyllenhaal had zich op die onvermijdelijke scepsis voorbereid en ontkende resoluut. "Nee, ik heb de film overgeslagen en dacht, ik wil nu eenmaal een vrouw laten winnen", grapte ze sarcastisch toen een journalist er op de persconferentie na de prijzenceremonie over begon. Om daarna serieus te vervolgen dat in de optiek van de jury de beste film heeft gewonnen.
Bezien in het kader van de volledige festivalselectie ontstaat sowieso al een genuanceerder beeld. In de verschillende nevencompetities van de Biennale, waaronder Orizzonti (de 'tweede' internationale competitie, met veel ruimte voor opkomende filmmakers), werden vrouwelijke regisseurs geprogrammeerd én bekroond. De Griekse Jacqueline Lentzou won bijvoorbeeld terecht een regieprijs voor A Day in the Life of Jo: Chapter Phaedra, een esthetisch gedurfde coming-of-agefilm over een meisje dat al dagdromend haar middelbare schooltijd doorloopt. Vooral na een abrupte wending in het verhaal kijkt het drama weg als de spirituele reis van een eendagsvlieg; een zeldzaamheid in een artistiek milieu waarin bovennatuurlijke ervaringen doorgaans voorbehouden blijven aan genrecinema.
In de hoofdcompetitie draaiden een Italiaanse genrefilm (L'Estranea) en een atypische, maar teleurstellende western van Casey Affleck (Company), maar daarbuiten grondden de meeste drama's zich telkens weer in een herkenbare werkelijkheid. Met één prikkelend motief als gemene deler: de wens of noodzaak om als mens uit die werkelijkheid te kunnen ontsnappen.
Ontsnappen uit de werkelijkheid
In het Iraanse A Bit of Light wil een man een eind aan zijn leven maken omdat hij zich verslagen voelt door de toestand in zijn land. In het energiek geacteerde 15/18: A Place to Heal zoeken jongeren een uitweg uit een psychiatrische kliniek. Trauma's uit een oorlogsverleden speelden in meerdere films op. En zelfs in de surreële tragikomedie Bucking Fastard (die regisseur Werner Herzog opdraagt aan wijlen David Lynch) zoeken twee zusjes (Rooney en Kate Mara in het samenspel van hun leven) die uit een parallel universum lijken te zijn ontsnapt naar een utopische plek van liefde en geluk.
Florian Zellers Bunker was zeker niet een van de sterkste films in competitie, maar wel een van de meest typerende voor de tijd waarin we leven. De paranoïde techgigant die een gerenommeerde architect (Javier Bardem) in het geheim benadert voor een ondergronds bouwproject, doet onwillekeurig denken aan de man die Alex Gibney poogt te ontleden in het drieënhalf uur durende Musk. De Russische wetenschapper die zijn ziel aan de staat verkoopt in het megalomane epos DAU (waarvoor Ilya Khrzanovskiy uitgeroepen werd tot beste regisseur) sorteert voor op de staat van de macht in het Rusland van nu.
De teneur is vrij alarmerend: als zelfs de mannen die het in onze wereld voor het zeggen hebben vrezen voor een derde wereldoorlog, hoe machteloos is de gewone burger dan wel niet onder de grootheidswaanzin van deze types? John Malkovich werd dankzij het hilarische Wild Horse Nine bekroond voor een van de meest komische en genadeloze rollen van zijn loopbaan, als CIA-agent die schaamteloos uit de school klapt over Pinochet en de moord op JFK. Een stuk indringender nog was de vertolking van Denis Ménochet, die in Jupiter een Franse president op het nucleaire oorlogspad speelt.
De hoop voorbij
De apocalyps die zich dreigt te voltrekken op het wereldtoneel voltrekt zich op veel andere plekken al dagelijks op de werkvloer. In Lee Chang-Dongs Possible Love, de meer dan terechte winnaar van de Grote Juryprijs, legt een ontslagen fabrieksarbeider uit waarom hij vakbonden en georganiseerde stakingen niet meer als zijn redding beschouwt. "Omdat ze je hoop proberen te geven", stort hij zijn ziel uit.
Ironisch genoeg is de enige Netflix-film in competitie dit jaar geproduceerd door een streamer die (met name in 2022) zelf nog massaal banen schrapte. Tijdens een van de persvoorstellingen klinkt luid boegeroep als het rode logo in beeld verschijnt, en even luid gejuich als direct daarna de naam van de regisseur wordt geprojecteerd. Het publiek verwijt even snel als het vergeeft.
Possible Love volgt twee stellen: de getroffen arbeider en zijn vrouw, en een welgestelde filmmaakster die een documentaire over de ingrijpende reorganisatie wil maken. De goedbedoelde, maar ook wat geforceerde inspanningen van de vrouw achter de camera roepen de aloude vraag op of het überhaupt mogelijk is om afgetekende klassenverschillen met empathie te overbruggen.
Baan op de tocht
"Je doet aan method acting", verwijt de schatrijke echtgenoot van Ye-Ji haar tijdens een autorit. Net als Lee Chang-Dong zelf (de gevierde regisseur was een tijdlang de Koreaanse minister van Cultuur) verdiept de cineaste zich vanuit een bevoorrechte positie in de problemen van andere mensen. De titel van de film werkt zowel letterlijk als figuurlijk: letterlijk omdat de stellen tijdens een vakantie ambigue gevoelens ontwikkelen voor de partner van de ander, figuurlijk omdat 'possible love' ook op het overbruggen van twee verschillende werelden slaat.
De (on)mogelijkheid om het op te nemen voor mensen die hulpbehoevend zijn is ook een thema in Stéphane Brizé's Un Bon Petit Soldat. Het verrassend luchtig ingestoken drama gaat over een HR-manager die worstelt met het meedogenloze personeelsbeleid binnen haar bedrijf. Uiteraard is voor die twijfel geen ruimte, want als zij (knappe rol van Alba Rohrwacher) besluit haar werknemers te verdedigen staat binnen de kortste keren haar eigen baan op de tocht.
Op vergelijkbare wijze gaan in de activistische documentaire Union Town niet alle kansarme pakketbezorgers in New York in op een massale stakingsoproep vanuit de vakbonden. De werkdruk die zij dagelijks ervaren staat op geen enkele manier in verhouding tot wat ze krijgen uitbetaald, maar niet iedere kwetsbare arbeider durft zelf op de barricade te gaan staan. Grote speler Amazon geeft ondertussen liever miljoenen dollars uit aan advocaten en andere contramaatregelen dan aan de betaalstrookjes van zijn eigen mensen.
Een schrijnende waarheid
Tijdens de persvoorstelling van de essaydocumentaire The Pervert's Guide to Utopias gaat er gejuich op als de Sloveense filosoof Slavoj Zizek zich (lang niet voor het eerst) een communist verklaart. De markante denker besteedt zoveel aandacht aan zijn analyse van politieke problemen dat hij de films die hij daarbij wil betrekken nog wel eens tekort doet. Het is een tendens die gelukkig nooit te sterk doorwoog op deze festivaleditie.
De meeste regisseurs begrepen dat een diepgravende oproep tot medemenselijkheid en compassie waarschijnlijk meer impact heeft dan een schreeuw van de daken. En de makers die wél met een uitgesproken activistische instelling werkten (zoals Barbara Kopple in Union Town), wisten de urgentie van die houding goed over te brengen. De drieëntachtigste Biennale werd zo een rijke en bovenal begripvolle editie, waarvan we ook in de Nederlandse zalen nog een aardig tijdje plezier gaan hebben.
Wie met hoop op een betere toekomst naar huis wilde gaan, kon sommige films maar beter overslaan. Het dit najaar in Nederland te verschijnen Primetime is wat dat betreft misschien nog wel het meest schrijnende voorbeeld. Met een ijzingwekkende Robert Pattinson als uithangbord geeft de thriller uitdrukking aan een schrijnende waarheid: als de narigheid in de wereld maar groot genoeg is, verwordt dat leed vroeg of laat vanzelf tot een bron van vermaak. En als dat 'vermaak' vervolgens jarenlang op primetime wordt uitgezonden, dan zijn niet alleen de makers, maar ook wij als kijkers medeplichtig.
De bubbels die gecreëerd worden door filmfestivals blijven een wonderlijk verschijnsel. Aan de ene kant kunnen liefhebbers hier ontsnappen aan de waan van alledag, aan de andere kant zijn dit juist de plekken waar makers hun verhaal doen over nood en onrecht. Zo beladen als de vorige editie van de Biennale (toen vooral The Voice of Hind Rajab de gemoederen bezighield) voelde deze elfdaagse niet, hoewel er met NAZA opnieuw een indringende film over het Israëlische optreden in Gaza in première ging.
Nevenschade
In de nachtelijke anonimiteit van Tel Aviv vertellen klokkenluiders uit het Israëlische staatsapparaat over de doelmatigheid waarmee de luchtmacht sinds 7 oktober 2023 bombardementen uitvoert in Gaza. De filmtitel slaat op de terminologie die Israël hanteert om 'nevenschade' bij aanslagen op Hamas-leiders in kaart te brengen.
Terwijl de anonieme sprekers op ontstellend directe wijze een boekje opendoen over hun betrokkenheid, schakelen regisseurs Yuval Abraham en Rachel Szor (die eerder aan de Oscarwinnaar No Other Land werkten) geregeld naar onheilspellende opnames van flats die vanaf de daken zichtbaar zijn. Ook hier in Tel Aviv kan er elk moment een luchtalarm klinken. Enkele dagen na de première, die een staande ovatie van vijfentwintig minuten opleverde, dreigde de Israëlische minister van Cultuur de regisseurs hun staatsburgerschap af te nemen.
Als we de co-regie van Szor bij NAZA meerekenen, dan werden van de eenentwintig films die deze editie in hoofdcompetitie draaiden slechts twee titels geregisseerd door een vrouw. Het debat over dit gebrek aan balans (al begint het probleem bij ongelijke productiekansen, niet bij de eliteselecties van filmfestivals) werd in de loop van de premièreweek alleen in de marge gevoerd, maar kreeg op de slotavond ineens volop momentum.
Een (on)bekende vrouw
Maakte juryvoorzitter Maggie Gyllenhaal (die buiten competitie ook een kortfilm over Marilyn Monroe presenteerde) een bewust statement door uitgerekend het feministisch georiënteerde oorlogsdrama Woman Unknown van de Deense maakster May el-Toukhy (Queen of Hearts) met de Gouden Leeuw te bekronen? Gyllenhaal had zich op die onvermijdelijke scepsis voorbereid en ontkende resoluut. "Nee, ik heb de film overgeslagen en dacht, ik wil nu eenmaal een vrouw laten winnen", grapte ze sarcastisch toen een journalist er op de persconferentie na de prijzenceremonie over begon. Om daarna serieus te vervolgen dat in de optiek van de jury de beste film heeft gewonnen.
Bezien in het kader van de volledige festivalselectie ontstaat sowieso al een genuanceerder beeld. In de verschillende nevencompetities van de Biennale, waaronder Orizzonti (de 'tweede' internationale competitie, met veel ruimte voor opkomende filmmakers), werden vrouwelijke regisseurs geprogrammeerd én bekroond. De Griekse Jacqueline Lentzou won bijvoorbeeld terecht een regieprijs voor A Day in the Life of Jo: Chapter Phaedra, een esthetisch gedurfde coming-of-agefilm over een meisje dat al dagdromend haar middelbare schooltijd doorloopt. Vooral na een abrupte wending in het verhaal kijkt het drama weg als de spirituele reis van een eendagsvlieg; een zeldzaamheid in een artistiek milieu waarin bovennatuurlijke ervaringen doorgaans voorbehouden blijven aan genrecinema.
In de hoofdcompetitie draaiden een Italiaanse genrefilm (L'Estranea) en een atypische, maar teleurstellende western van Casey Affleck (Company), maar daarbuiten grondden de meeste drama's zich telkens weer in een herkenbare werkelijkheid. Met één prikkelend motief als gemene deler: de wens of noodzaak om als mens uit die werkelijkheid te kunnen ontsnappen.
Ontsnappen uit de werkelijkheid
In het Iraanse A Bit of Light wil een man een eind aan zijn leven maken omdat hij zich verslagen voelt door de toestand in zijn land. In het energiek geacteerde 15/18: A Place to Heal zoeken jongeren een uitweg uit een psychiatrische kliniek. Trauma's uit een oorlogsverleden speelden in meerdere films op. En zelfs in de surreële tragikomedie Bucking Fastard (die regisseur Werner Herzog opdraagt aan wijlen David Lynch) zoeken twee zusjes (Rooney en Kate Mara in het samenspel van hun leven) die uit een parallel universum lijken te zijn ontsnapt naar een utopische plek van liefde en geluk.
Florian Zellers Bunker was zeker niet een van de sterkste films in competitie, maar wel een van de meest typerende voor de tijd waarin we leven. De paranoïde techgigant die een gerenommeerde architect (Javier Bardem) in het geheim benadert voor een ondergronds bouwproject, doet onwillekeurig denken aan de man die Alex Gibney poogt te ontleden in het drieënhalf uur durende Musk. De Russische wetenschapper die zijn ziel aan de staat verkoopt in het megalomane epos DAU (waarvoor Ilya Khrzanovskiy uitgeroepen werd tot beste regisseur) sorteert voor op de staat van de macht in het Rusland van nu.
De teneur is vrij alarmerend: als zelfs de mannen die het in onze wereld voor het zeggen hebben vrezen voor een derde wereldoorlog, hoe machteloos is de gewone burger dan wel niet onder de grootheidswaanzin van deze types? John Malkovich werd dankzij het hilarische Wild Horse Nine bekroond voor een van de meest komische en genadeloze rollen van zijn loopbaan, als CIA-agent die schaamteloos uit de school klapt over Pinochet en de moord op JFK. Een stuk indringender nog was de vertolking van Denis Ménochet, die in Jupiter een Franse president op het nucleaire oorlogspad speelt.
De hoop voorbij
De apocalyps die zich dreigt te voltrekken op het wereldtoneel voltrekt zich op veel andere plekken al dagelijks op de werkvloer. In Lee Chang-Dongs Possible Love, de meer dan terechte winnaar van de Grote Juryprijs, legt een ontslagen fabrieksarbeider uit waarom hij vakbonden en georganiseerde stakingen niet meer als zijn redding beschouwt. "Omdat ze je hoop proberen te geven", stort hij zijn ziel uit.
Ironisch genoeg is de enige Netflix-film in competitie dit jaar geproduceerd door een streamer die (met name in 2022) zelf nog massaal banen schrapte. Tijdens een van de persvoorstellingen klinkt luid boegeroep als het rode logo in beeld verschijnt, en even luid gejuich als direct daarna de naam van de regisseur wordt geprojecteerd. Het publiek verwijt even snel als het vergeeft.
Possible Love volgt twee stellen: de getroffen arbeider en zijn vrouw, en een welgestelde filmmaakster die een documentaire over de ingrijpende reorganisatie wil maken. De goedbedoelde, maar ook wat geforceerde inspanningen van de vrouw achter de camera roepen de aloude vraag op of het überhaupt mogelijk is om afgetekende klassenverschillen met empathie te overbruggen.
Baan op de tocht
"Je doet aan method acting", verwijt de schatrijke echtgenoot van Ye-Ji haar tijdens een autorit. Net als Lee Chang-Dong zelf (de gevierde regisseur was een tijdlang de Koreaanse minister van Cultuur) verdiept de cineaste zich vanuit een bevoorrechte positie in de problemen van andere mensen. De titel van de film werkt zowel letterlijk als figuurlijk: letterlijk omdat de stellen tijdens een vakantie ambigue gevoelens ontwikkelen voor de partner van de ander, figuurlijk omdat 'possible love' ook op het overbruggen van twee verschillende werelden slaat.
De (on)mogelijkheid om het op te nemen voor mensen die hulpbehoevend zijn is ook een thema in Stéphane Brizé's Un Bon Petit Soldat. Het verrassend luchtig ingestoken drama gaat over een HR-manager die worstelt met het meedogenloze personeelsbeleid binnen haar bedrijf. Uiteraard is voor die twijfel geen ruimte, want als zij (knappe rol van Alba Rohrwacher) besluit haar werknemers te verdedigen staat binnen de kortste keren haar eigen baan op de tocht.
Op vergelijkbare wijze gaan in de activistische documentaire Union Town niet alle kansarme pakketbezorgers in New York in op een massale stakingsoproep vanuit de vakbonden. De werkdruk die zij dagelijks ervaren staat op geen enkele manier in verhouding tot wat ze krijgen uitbetaald, maar niet iedere kwetsbare arbeider durft zelf op de barricade te gaan staan. Grote speler Amazon geeft ondertussen liever miljoenen dollars uit aan advocaten en andere contramaatregelen dan aan de betaalstrookjes van zijn eigen mensen.
Een schrijnende waarheid
Tijdens de persvoorstelling van de essaydocumentaire The Pervert's Guide to Utopias gaat er gejuich op als de Sloveense filosoof Slavoj Zizek zich (lang niet voor het eerst) een communist verklaart. De markante denker besteedt zoveel aandacht aan zijn analyse van politieke problemen dat hij de films die hij daarbij wil betrekken nog wel eens tekort doet. Het is een tendens die gelukkig nooit te sterk doorwoog op deze festivaleditie.
De meeste regisseurs begrepen dat een diepgravende oproep tot medemenselijkheid en compassie waarschijnlijk meer impact heeft dan een schreeuw van de daken. En de makers die wél met een uitgesproken activistische instelling werkten (zoals Barbara Kopple in Union Town), wisten de urgentie van die houding goed over te brengen. De drieëntachtigste Biennale werd zo een rijke en bovenal begripvolle editie, waarvan we ook in de Nederlandse zalen nog een aardig tijdje plezier gaan hebben.
Wie met hoop op een betere toekomst naar huis wilde gaan, kon sommige films maar beter overslaan. Het dit najaar in Nederland te verschijnen Primetime is wat dat betreft misschien nog wel het meest schrijnende voorbeeld. Met een ijzingwekkende Robert Pattinson als uithangbord geeft de thriller uitdrukking aan een schrijnende waarheid: als de narigheid in de wereld maar groot genoeg is, verwordt dat leed vroeg of laat vanzelf tot een bron van vermaak. En als dat 'vermaak' vervolgens jarenlang op primetime wordt uitgezonden, dan zijn niet alleen de makers, maar ook wij als kijkers medeplichtig.