In 2024 zorgde een anti-bezettingsspeech van de Israëlische regisseur Yuval Abraham en zijn Palestijnse compagnon voor verontwaardigde reacties van Duitse politici. Dit jaar hingen er verspreid door Berlijn meer verkiezingsposters dan affiches van geprogrammeerde titels. Slaag er dan maar eens in om de artistieke bijdrages van de genodigde filmmakers belangrijker te maken dan de politieke kwesties die veel festivalbezoekers aan het hart gaan.
Valentijnsdag
Een van de eerste grote galapremières in het gracieuze Berlinale Palast was dit jaar niet gereserveerd voor een competitiefilm, maar voor de Bob Dylan-biopic A Complete Unknown. Best een opvallende keuze, want van een wereldpremière (een duidelijke pre voor een festival van dit statuur) was al lang geen sprake meer. IFFR-bezoekers konden de film zelfs al in een volgepakte Pathézaal zien.
Waarom dan toch een vertoning met de schijn van een primeur? Het korte, maar kordate antwoord is dat de Berlinale de positieve publiciteit goed kan gebruiken. Een blik op de jaarkalender leerde bovendien waarom A Complete Unknown direct op de eerste vrijdag werd vertoond: het was Valentijnsdag en hoofdrolspeler Timothée Chalamet had voor de gelegenheid zelfs zijn nieuwe vriendin (mediapersoonlijkheid Kylie Jenner) meegebracht.
Over de presentatie was duidelijk nagedacht. Het tieneridool verscheen op de rode loper als een ware cupido, met een laconieke roze hoodie als valentijnsoutfit en een roos in zijn rechterhand. Oorverdovend gejuich ging op toen ook de hoodie uitging en Chalamet er enkel nog in zijn roze onderhemd stond. Respect, want bovengetekende liep er in een dikke winterjas en gleed bij het weglopen nog bijna uit over een onverbiddelijke ijslaag.
Verkiezingen voor de deur
De komst van Chalamet en (een dag later) Robert Pattinson moedigde handtekeningenjagers aan om in sprookjes te blijven geloven. Dat sentiment werkte verzachtend tijdens een editie die vanwege de naderende verkiezingen andermaal bol stond van de onderhuidse spanningen. Tijdens de persconferentie van competitiefilm Yunan ageerde de Duitse actrice Hanna Schygulla (die een iconische status heeft overgehouden aan haar samenwerkingen met Rainer Werner Fassbinder) bijna vijf minuten ononderbroken tegen de kwalijke invloeden van nationalistisch denken. Op straat, in de festivalgebouwen én op de rode loper droegen sommige bezoekers pinnen en bordjes die de AfD afzworen.
Vorig jaar verdedigde de Duitse cultuurminister Claudia Roth de keuze om AfD-leden uit te nodigen voor de openingsavond. Dat was nog niet iedereen vergeten toen zij als gast opdook bij de wereldpremière van Reflet dans un Diamant Mort, een esthetische maar ook wat hol aandoende knipoog naar de James Bond-franchise.
Ik weet niet wat ik opmerkelijker vind: dat dit de eerste en enige keer in een week tijd was dat ik hard boegeroep hoorde of dat de jongbejaarde Roth uitgerekend deze gelikte geweldsuitspatting had uitgekozen om aan te schuiven. Al dan niet tegen wil en dank keek de minister toe hoe een souvenirmodel van de Eiffeltoren zich tijdens een pikante knokpartij in het gezicht van een onwillig slachtoffer boorde.
Onbeschaamd escapisme
Door de nauwe betrokkenheid van de politieke autoriteiten kan het op de Berlinale zelden alléén over films gaan, maar zoeken filmmakers tegelijk naar manieren om aan de actualiteit van alledag te ontsnappen. Het was wat dat betreft bijzonder treffend dat deze editie opende met Das Licht, een prettig onnavolgbare 'larger than life'-film die actuele politieke fenomenen (massamigratie, klimaatactivisme) combineert met een bovennatuurlijk escapisme.
Dat we hier met een unieke titel van doen hebben, blijkt als een van de kinderen uit de gevolgde familie uit het niets Bohemian Rhapsody van Queen begint te zingen. Het blijkt geen incident, maar een leidmotief voor de gehele film, die verbeeldt hoe de spiritueel ingestelde huishoudster Farrah met voorbedachten rade het denken van de egocentrische gezinsleden hervormt. Voor ze het weten hebben vader, moeder en kinderen allemaal in het felle licht van een raadselachtige diffuse lamp gestaard, een handeling die naar verluidt garantstaat voor een bijna-doodervaring.
Met de zuurste instelling is de nieuwste van Tom Tykwer (Lola Rennt) holistische kitsch, een mislukte satire die nog pretentieuzer overkomt dan Cloud Atlas. De critici die zo denken gaan eraan voorbij dat we films die géén excuses maken voor hun compromisloze veelzijdigheid in het huidige cultuurlandschap vaak danig missen. Tykwer laat tieners over water zweven en legt het verkeer nabij de Kürfurstendamm lam voor een musicalchoreografie. Vrij bizar in een film die ook lomp predikt dat het de verkeerde kant opgaat met deze wereld, maar met de durf die deze stadshymne uitstraalt kun je hem dat ook vergeven.
De vervangbare mens
Das Licht viel op meerdere fronten uit de toon, want de meeste andere fantasierijke films van deze festivaleditie hadden de vraag naar verlossing allang opgegeven. Het waren donkere sprookjes, waarin de vlucht naar een andere wereld een macaber randje heeft (Le Tour de Glace, met Marion Cotillard in een afstandelijke hoofdrol) of toekomstsprookjes (Mickey 17, met Robert Pattinson als gekloonde werknemer) waarin je als kijker een niet mis te verstaan mensbeeld krijgt voorgeschoteld.
Met een Elon Musk-achtige maniak als grote leider aan boord van een ruimteschip hoeft Mickey zich geen illusies te maken: hij heeft ervoor getekend zijn werk te doen, dood te gaan en als de volgende versie van zichzelf diezelfde werkzaamheden weer te hervatten. Die Mickeys, zo schreeuwt Joon-ho Bongs Parasite-opvolger van de daken, dat zijn jij en ik, als we ons blijven omringen met politici die het koloniseren van planeten belangrijker achten dan het garanderen van een waardig burgerbestaan.
Mickey 17 draaide niet in competitie, maar ook de titels die wél voor de Gouden Beer in aanmerking kwamen raakten aan de kwetsbare positie van de mens en de tekenen van de tijd. Kontinental '25, de nieuwe film van Gouden Beer-winnaar Radu Jude, begint met de omzwervingen van een dakloze. De man besluit zichzelf om te brengen als het enige wat hij nog heeft - een dak boven zijn hoofd - hem wordt ontnomen. In The Blue Trail stuurt de Braziliaanse overheid oudere burgers naar een geïsoleerde kolonie, waar ze 'vredig van hun laatste jaren kunnen genieten'.
Liefde in de lucht
Om het tij te keren bevorderden Tuttle en haar programmateam ook films rond het thema identiteit, waarin de dromen en verlangens van de hoofdpersonages niet gedwarsboomd, maar juist gekoesterd worden. De winnaar van de prestigieuze Gouden Beer, het Noorse Drømmer, draait om een scholiere die verliefd wordt op haar lerares. Ella Øverbye, de jonge actrice die de hoofdrol speelt, heeft zowel qua uiterlijk als qua rol veel weg van (de zeventien jaar oudere) Renate Reinsve in The Worst Person in the World, en je zou Drømmer best als de Joachim Trier-film voor de volgende generatie kunnen omschrijven.
Het coming-of-agedrama verhaalt niet alleen over de ontluikende seksualiteit, maar spiegelt ook hoe wisselend volwassenen op de emoties van tieners kunnen reageren en hen kunnen kwetsen door deze (nog) niet serieus te nemen. Een groot manco van de film is wel dat de chemie tussen lerares en leerlinge totaal niet overkomt. Regisseur Dag Johan Haugerud leunt sterk op de begeleidende voice-over van Øverbye, maar de zichtbare interacties tussen de twee overtuigen geen moment.
Dat juist deze film de hoofdprijs kreeg aangereikt, viel gezien de warme ontvangst alsnog te verwachten. De enige competitiefilms die net zoveel lof oogstten, waren naar eigen indruk Timestamp (een Oekraïense documentaire over de impact van de voortslepende oorlog op schoolkinderen) en Blue Moon, de nieuwe film van Richard Linklater (met een ontketende Ethan Hawke in een monoloogrijk kammerspiel).
Film zonder grenzen
De beste film die ik deze Berlinale zag, was het eerder aangehaalde Yunan. Niet eens per se omdat het verhaal over een uit zijn thuisland verbannen schrijver actuele en relevante thematiek aansnijdt. Met zijn wijd gekaderde shots van een woest landschap, afgewisseld met intieme visuele en verhalende details, voelt het alsof regisseur Ameer Fakher Eldin niet één, maar meerdere films van de Russische grootmeester Andrej Tarkovski (Stalker) aanhaalt.
De milde reacties vanuit de zaal bij de persvoorstelling (inclusief vele weglopers) wekten de indruk dat lang niet alle kijkers op Eldins kalme, associatieve cinema zaten te wachten. Dat teleurstellende besef sloeg best even in, want de slechts drieëndertigjarige Eldin heeft het intellect en het artistieke talent om de Nuri Bilge Ceylan van zijn generatie te worden.
Met zijn bedachtzame opvolger op The Stranger, zijn debuutfilm uit 2021, zet de maker een uitroepteken achter zijn belofte als cineast. Op dezelfde persconferentie waar Schygulla haar razernij over het hoogtijvierende nationalisme uitte, sloot Eldin af met een citaat uit Theodoros Angelopoulos' Ulysses' Gaze: "Hoeveel grenzen moeten we nog passeren om thuis te komen?"