Je hebt vanavond 3 uur vrij: kies je voor 'Interstellar' of is 'Arrival' toch de betere keuze?
'Interstellar' biedt meer spektakel, maar 'Arrival' is voor één avond de compactere keuze.
Je wilt vanavond sciencefiction kijken en twijfelt tussen de grote titels Interstellar en Arrival. Beide films spelen met tijd, buitenaards leven en de vraag hoe mensen omgaan met iets wat ze niet begrijpen. Toch zijn ze heel anders. Voor één gewone filmavond valt de keuze uiteindelijk voor Arrival. Vooral omdat Denis Villeneuve daar 116 minuten voor nodig heeft, terwijl Christopher Nolan je bijna drie uur bezighoudt. Moeilijk was de keuze wel.
In Interstellar speelt Matthew McConaughey de voormalige piloot Cooper. De aarde raakt langzaam onbewoonbaar en hij vertrekt met een groep astronauten op zoek naar een nieuwe plek voor de mensheid. Christopher Nolan maakt daar een groot ruimteavontuur van, met verre planeten, tijdsverschillen en een zwart gat dat een belangrijke rol speelt.
Arrival blijft juist lang op aarde. Amy Adams speelt taalkundige Louise Banks. Zij wordt ingeschakeld nadat op verschillende plekken enorme buitenaardse schepen zijn verschenen. Haar opdracht klinkt eenvoudig: uitzoeken wat de bezoekers willen. Alleen blijkt zelfs een basisgesprek al ingewikkeld.
Interstellar pakt veel groter uit
Wil je vooral spektakel, dan heeft Interstellar een duidelijke voorsprong. De film is gemaakt voor een groot scherm en goed geluid. Denk aan de tocht door de ruimte, de enorme golven op een vreemde planeet en natuurlijk de bekende scène waarin Cooper zijn ruimteschip probeert te koppelen terwijl alles mis dreigt te gaan.
Bij Arrival zit de spanning ergens anders. Villeneuve, die de film regisseerde, laat Louise steeds kleine stappen zetten in het contact met de buitenaardse wezens. Eerst tekens. Dan woorden. Daarna pas de vraag wat die woorden eigenlijk betekenen. De dreiging komt niet zozeer uit actie, maar uit het idee dat één verkeerde uitleg grote gevolgen kan hebben.
Ook de ontvangst van beide films laat een verschil zien. Op Rotten Tomatoes is 94 procent van de recensies voor Arrival positief. Interstellar staat op 73 procent. Bij het publiek liggen de cijfers dichter bij elkaar en staat Nolan juist iets hoger: 87 tegenover 83 procent. FilmTotaal keek eerder al kritisch naar de enorme populariteit van Interstellar.
Die 53 minuten tellen mee
Dan de speelduur. Interstellar duurt 169 minuten. Dat is lang, al voelt de film niet drie uur lang traag. Nolan wisselt gesprekken over wetenschap en familie af met missies, nieuwe planeten en steeds grotere problemen.
Arrival is met 116 minuten een stuk korter. Precies 53 minuten, en dat merk je op een doordeweekse avond. De film neemt rustig de tijd, zeker in het eerste uur, maar blijft veel compacter. Ook jaren na de release blijft Arrival volgens FilmTotaal een sterke sciencefictionfilm.
Onder de sciencefiction zit bij allebei iets persoonlijks
De grootste overeenkomst zit misschien niet eens in de aliens of de ruimte. Beide films gaan vooral over tijd en wat die met mensen doet. Voor Cooper betekent zijn reis dat hij grote delen van het leven van zijn kinderen mist. Soms letterlijk jaren tegelijk. Dat geeft Interstellar zijn emotionele kern en verklaart ook waarom de film voor veel kijkers meer is dan alleen een ruimteavontuur.
Bij Arrival ligt dat gevoel minder duidelijk aan de oppervlakte. Wie de film nog niet kent, moet dat vooral zo houden. Langzaam wordt duidelijk waarom tijd voor Louise zo belangrijk is en waarom haar verhaal veel persoonlijker is dan de komst van een buitenaards ruimteschip doet vermoeden.
Voor vanavond kiezen we Arrival
Heb je bijna drie uur, een flinke televisie en goed geluid, dan is Interstellar moeilijk te verslaan. De film biedt simpelweg meer spektakel en voelt gemaakt voor een avond waarop je nergens anders meer naartoe hoeft.
Maar moet er één keuze worden gemaakt, dan gaat Arrival mee naar vanavond. De film is bijna een uur korter en gebruikt die tijd volledig. Je krijgt een mysterie, een compleet sciencefictionverhaal en een slot dat het eerste deel van de film in een ander licht zet. Wie om 20.30 uur begint aan Arrival, is rond half elf klaar. Bij Interstellar schuift dat al snel richting half twaalf.
In Interstellar speelt Matthew McConaughey de voormalige piloot Cooper. De aarde raakt langzaam onbewoonbaar en hij vertrekt met een groep astronauten op zoek naar een nieuwe plek voor de mensheid. Christopher Nolan maakt daar een groot ruimteavontuur van, met verre planeten, tijdsverschillen en een zwart gat dat een belangrijke rol speelt.
Arrival blijft juist lang op aarde. Amy Adams speelt taalkundige Louise Banks. Zij wordt ingeschakeld nadat op verschillende plekken enorme buitenaardse schepen zijn verschenen. Haar opdracht klinkt eenvoudig: uitzoeken wat de bezoekers willen. Alleen blijkt zelfs een basisgesprek al ingewikkeld.
Interstellar pakt veel groter uit
Wil je vooral spektakel, dan heeft Interstellar een duidelijke voorsprong. De film is gemaakt voor een groot scherm en goed geluid. Denk aan de tocht door de ruimte, de enorme golven op een vreemde planeet en natuurlijk de bekende scène waarin Cooper zijn ruimteschip probeert te koppelen terwijl alles mis dreigt te gaan.
Bij Arrival zit de spanning ergens anders. Villeneuve, die de film regisseerde, laat Louise steeds kleine stappen zetten in het contact met de buitenaardse wezens. Eerst tekens. Dan woorden. Daarna pas de vraag wat die woorden eigenlijk betekenen. De dreiging komt niet zozeer uit actie, maar uit het idee dat één verkeerde uitleg grote gevolgen kan hebben.
Ook de ontvangst van beide films laat een verschil zien. Op Rotten Tomatoes is 94 procent van de recensies voor Arrival positief. Interstellar staat op 73 procent. Bij het publiek liggen de cijfers dichter bij elkaar en staat Nolan juist iets hoger: 87 tegenover 83 procent. FilmTotaal keek eerder al kritisch naar de enorme populariteit van Interstellar.
Die 53 minuten tellen mee
Dan de speelduur. Interstellar duurt 169 minuten. Dat is lang, al voelt de film niet drie uur lang traag. Nolan wisselt gesprekken over wetenschap en familie af met missies, nieuwe planeten en steeds grotere problemen.
Arrival is met 116 minuten een stuk korter. Precies 53 minuten, en dat merk je op een doordeweekse avond. De film neemt rustig de tijd, zeker in het eerste uur, maar blijft veel compacter. Ook jaren na de release blijft Arrival volgens FilmTotaal een sterke sciencefictionfilm.
Onder de sciencefiction zit bij allebei iets persoonlijks
De grootste overeenkomst zit misschien niet eens in de aliens of de ruimte. Beide films gaan vooral over tijd en wat die met mensen doet. Voor Cooper betekent zijn reis dat hij grote delen van het leven van zijn kinderen mist. Soms letterlijk jaren tegelijk. Dat geeft Interstellar zijn emotionele kern en verklaart ook waarom de film voor veel kijkers meer is dan alleen een ruimteavontuur.
Bij Arrival ligt dat gevoel minder duidelijk aan de oppervlakte. Wie de film nog niet kent, moet dat vooral zo houden. Langzaam wordt duidelijk waarom tijd voor Louise zo belangrijk is en waarom haar verhaal veel persoonlijker is dan de komst van een buitenaards ruimteschip doet vermoeden.
Voor vanavond kiezen we Arrival
Heb je bijna drie uur, een flinke televisie en goed geluid, dan is Interstellar moeilijk te verslaan. De film biedt simpelweg meer spektakel en voelt gemaakt voor een avond waarop je nergens anders meer naartoe hoeft.
Maar moet er één keuze worden gemaakt, dan gaat Arrival mee naar vanavond. De film is bijna een uur korter en gebruikt die tijd volledig. Je krijgt een mysterie, een compleet sciencefictionverhaal en een slot dat het eerste deel van de film in een ander licht zet. Wie om 20.30 uur begint aan Arrival, is rond half elf klaar. Bij Interstellar schuift dat al snel richting half twaalf.